Magie & pasta

Zaterdagochtend, half 9. Castel Maggiore slaapt nog.

Met een verlegen zonnetje boven mijn hoofd fiets ik door het dorp. Ik ben onderweg naar mijn allerlaatste Italiaanse les. De muziek schalt door mijn koptelefoon en verder is het nog stil in het Italiaanse dorpje. Ik eet een banaan. Bij de bushalte parkeer ik mijn fiets, de bus komt net aangereden. Het mag best een wonder genoemd worden dat ik geen ellenlange minuten hoef te wachten. Zeker in het weekend wordt de dienstregeling van het openbaar vervoer niet zo consequent nageleefd.

De bus brengt me naar het centrum van mijn geliefde Bologna. Wie zegt dat New York ‘the city that never sleeps is’, is nog nooit in Bologna geweest, maar dat kun je die Sinatra ook niet kwalijk nemen natuurlijk.

Oude vrouwtjes zijn druk in de weer met hun boodschappenkarretjes, honden besnuffelen elkaar vrolijk. Ik ben vroeger dan normaal, dus ik ontbijt in een barretje waar ik nooit eerder ben geweest. Twee dames op leeftijd bespreken de krant en kijken nieuwsgierig naar mijn blonde krullen. Ik glimlach naar ze en de één fluistert tegen de ander: ’bella ragazza’. De ander knikt bevestigend. Het maakt niet uit wie zegt dat je een mooi meisje bent, maar uit de mond van twee ontzettend schattige Italiaanse dametjes, klinkt het extra lief.

Terwijl ik na een goede kop koffie richting de bibliotheek wandel, bedenk ik mij dat ik al bijna op de helft ben van mijn Italiaanse avontuur. De afgelopen maanden zijn voorbijgevlogen, ondanks de dagen die voelden alsof er nooit een einde aan zou komen. Soms zijn er momenten dat ik snak naar een zoen van mijn vriendin, een knuffel van mama of een dampend bord stamppot, maar die momenten wegen niet op tegen alles wat ik van en over mezelf leer. Ik had dit voor geen goud willen missen. Het leven hier is als magie.

Over anderhalve week kan ik mijn vriendin zoenen en over drie weken kan ik weer met mama knuffelen. Het leven zonder stamppot kan ik nog wel even uithouden. Spaghetti is óók heel erg lekker!

Sterker nog: van de week kookte ik voor het eerst pasta voor mijn gezin. Een beetje sceptisch vroeg de vader hoeveel minuten het nog moest koken. Ik lachte. ‘Ik doe het altijd op gevoel,’ zei ik. De paniek stond even in zijn ogen en hij schudde subtiel zijn hoofd voor hij de keuken verliet. Na de eerste hap moest hij lachen en bood hij zijn excuses aan. ‘Je kookt pasta als een echte Italiaanse,’ waren zijn woorden. Het ongeloof spatte van hem af. Ik denk dat ik geen mooier compliment had kunnen krijgen.

Life is a combination of magic and pasta.

~ Federico Fellini, Italiaans filmregisseur

Zo is het maar net.

Ciao,

Shawney

🇮🇹❤️

Buona Pasqua

Ik zit met licht verbrande armen in de tuin. De zon schijnt volop en om de hoek klinken de stemmen van mijn hostfamilie en hun vrienden. We hebben gebarbecued en van de biertap wordt door iedereen dankbaar gebruik gemaakt. In de tuin hangt de geur van gebraad vlees, zon en sigarettenrook. De geur van de zomer, ook al is het pas net lente.

Gister heb ik mijn moeder, broertje en schoonzus weer op het vliegveld afgezet. Ze waren een weekend in ‘mijn’ Bologna en ik heb een heel fijn weekend gehad. Het weer was bovenverwachting goed, we hebben gelachen, gewandeld en heerlijk gegeten. Het was fijn om na twee maanden weer herenigd te zijn.

Ik haalde ze als verrassing op van het vliegveld en toen kon ons weekend samen beginnen. Vrijdag wandelden we de San Luca af. We gingen met het treintje omhoog en hadden prachtig uitzicht op de stad en het Bolognese voetbalstadion. ‘s Avonds hadden we aperitivo achter de Twee Torens en luidden we Dustian’s verjaardag in. Op zaterdag was hij echt jarig en bezochten we 1001 kerkjes. Italië was al in Paasstemming. Met de bus gingen we naar Castel Maggiore en daar had de jarige Job sjans van een 80-jarige Italiaanse dame. Ze vond dat hij best even haar enorme paaseieren vast kon houden. We hebben er enorm om moeten lachen. Op zondag relaxten we in een warm zonnetje in het park. Hun weekend Bologna zat er alweer bijna op. Ik vond het fijn ze even een weekend te laten proeven van het Italiaanse leven. Zondagmiddag bracht ik ze weer naar het vliegveld. Het voelt gek om ze dan weer gedag te zeggen. Mama zie ik over een ruime maand weer, maar broer en schoonzus pas als ik eind juli weer naar huis kom.

Ik ben hier nu twee maanden, wat betekent dat ik al ruim op een derde ben van mijn grote avontuur. Ondanks dat er moeilijke dagen tussen zitten die voorbij lijken te kruipen, vliegt de tijd echt enorm. Ik heb voor mijn gevoel al zoveel geleerd en gedaan. Ik voel me minder angstig en denk veel na over wat ik wil wanneer ik weer in Amsterdam ben. Ik durf dingen te doen die ik normaal gesproken nooit zou durven.

Afgelopen zaterdag was er een Madonna feestje in de Cassero, het LGBT-center van Bologna. Als je me een klein beetje kent, weet je dat ik van Madonna hou. Ik wilde dus heel graag naar dit feestje. Mijn familie is niet zo dol op The Queen of Pop, dus die kreeg ik zo gek niet om me te vergezellen naar een feestje in een homoclub. Dus ik hees mezelf in mijn Madonna-shirt en ging alleen.

Poor is the man whose pleasures depend on the permission of another.

⁃ Madonna Ciccone

Voor de deur belde ik met mijn vriendin, het was volle maan en we kletsten. Ik zat op een stenen trappetje en rookte een sigaret. Heel even voelde het alsof mijn leven niet van mij was. Alsof ik een hoofdrolspeelster was in een romantische komedie. Ik was al lichtelijk aangeschoten van de prosecco en limoncello en zou binnen no-time een feestje binnenwandelen en voor het eerst van mijn leven alleen uitgaan. Daphne en ik hingen op en toen ging ik naar binnen.

Ik heb werkelijk waar de avond van mijn leven gehad. Ik heb gedanst en gezongen. Ik heb onbenullige praatjes gemaakt met wildvreemden en dronk Aperol Spritz. Ik voelde me stoer. Natuurlijk vond ik het ergens ook spannend, maar toen ik eenmaal binnen was en de eerste klanken van Girl Gone Wild hoorde, was ik verkocht. Het goede meisje ging wild. De hele avond draaiden ze Madonna. Er waren mensen verkleed als haar en ik was zeker niet de enige die een Madonna-shirt droeg. Ik danste met knappe mannen en stopte bij de echte leukerds het telefoonnummer van een goede vriend in hun achterzak. Ongemerkt. Als een soort matchmaker. Tot op heden heeft helaas niemand hem geappt.

Ik sliep bij mijn familie in het hotel en had hen verteld dat ik na één drankje wel weer richting het hotel zou komen. Dat werden er vier. En zo’n vier uur nadat ik hen gedag had gezegd, stond ik enigszins dronken op de deur van mama’s kamer te kloppen. Ik was trots op mezelf. Ik had mijn eigen Blond Ambition Tour volbracht.

De volgende dag, geheel katerloos, lunchten mama, Dustian, Putri en ik in Giardini Margherita. We speelden een spelletje in de zon. Daarna was het tijd om richting het vliegveld te gaan. Het werd nog een klein beetje spannend, want bij de taxicentrale was het topdrukte. Uiteindelijk stalen we andermans rit en waren we ruim op tijd. Een dikke knuffel later, liet ik hun achter in de rij voor de douane en stapte ik in een andere taxi richting mijn rustige dorpje. Ruim op tijd om op z’n Italiaans Pasen te vieren.

Ciao,

Shawney

❤️🇮🇹

Celebrare la vita

Tussen de bedrijven door, ga ik even op het terras zitten om een sigaretje te roken. Het terras is vol, dus ik schuif aan aan een tafeltje waar een oude man zichtbaar van het voorjaarszonnetje geniet. Ik schat hem een jaar of 80. Wanneer hij ziet dat ik een sigaret opsteek, staat hij met zijn stramme, oude lijf op om de asbak te legen. Ik bedank hem vriendelijk. Hij zegt dat het zulk lekker weer is. Ik vertel hem dat ik weinig Italiaans spreek, maar dat het weer inderdaad heel lekker is. Het is even stil. Hij is inmiddels weer gaan zitten en kijkt me af en toe bewonderend aan. ‘Je bent niet van hier?’ constateert hij. Het is geen vraag waar hij een antwoord op verwacht. Toch vertel ik hem dat ik uit Amsterdam kom en hier werk als au pair. Hij knikt en spreekt langzaam, zodat ik zijn krakende Italiaans kan verstaan.

Dan staat hij weer op. Zijn wandelstok is zijn steun. Hij biedt me een kop koffie aan. Ik sla deze beleefd af, maar hij hoort het niet. Of mijn Italiaans is niet goed genoeg. Of hij is koppig, net als ik. Dus doet hij precies datgene wat hij in zijn hoofd had: koffie halen voor een meisje uit Amsterdam. Met cappuccino voor mij komt hij terug. Zelf heeft hij al genoeg gehad, denk ik. Zijn rimpelige handen trillen, maar dat zal niet van de cafeïne zijn. Hij brabbelt iets, ik versta er niks van. Toch ben ik benieuwd wat deze man te zeggen heeft. Ik open mijn vertaalapp en vraag hem zijn woorden te herhalen. Hij lacht en vertelt nog eens langzaam wat hij zojuist zei. Het komt er op neer dat hij niks van me wilt, maar dat je soms iets liefs moet doen voor de medemens. Ik bedank hem uitvoerig. Verder heeft deze man mij niks meer te zeggen. Dus hij steekt zijn neus in de krant van vandaag. Ik drink zwijgend mijn cappuccino. Hij heeft me geraakt. Recht in mijn hart.

Nu ben ik snel geraakt door oude mensen, omdat ik overmant word door het diepe respect dat ik voel wanneer ik in de gerimpelde gezichten van bejaarden kijk. De groeven geven mij het gevoel dat iemand weet waar hij het over heeft. Natuurlijk is dit onzin en staan rimpels niet gelijk aan wijsheid, maar zo voelt het wel. Na mijn koffie en sigaret ga ik weer naar binnen. Ik zeg hem verlegen gedag en bedank hem nogmaals. ‘Het is niks,’ zegt hij zonder op te kijken van zijn krant. Voor hem is het niks. Voor mij betekent het veel.

Vanmorgen belde ik met mama, ik vertelde haar dat ik qua cultuur heel goed in Italië zou kunnen wonen. De rust die mensen ondanks hun enorme temperament uitstralen, past me goed. Vooral omdat ontspannen niet mijn grootste talent is. Iedereen in het dorp zegt elkaar goedemorgen en goedemiddag. Natuurlijk is Italië in mijn hoofd geromantiseerd, maar het voelt écht zo liefelijk. De mensen zijn relaxed en vriendelijk. Ze maken zich druk om hele kleine dingen, omdat ze zich over de grote dingen niet druk kunnen maken. Ze leven en dat moet gevierd worden. Ze beseffen zich dat het een voorrecht is om te mogen leven. Om te kunnen genieten van een waterige voorjaarszon, gelukkig te zijn met een bord goed eten of een fantastisch glas wijn. Ik kan veel van ze leren en dat doe ik ook. Ik wil ook het leven vieren. Het leven is namelijk best bijzonder mooi. Niet altijd natuurlijk. Zonder schaduw is er geen licht. Zonder pijn geen geluk. Zonder het gevoel van missen, zou je dat wat er wel is niet waarderen.

De bibberige stem van de oude man spookt door mijn hoofd. ‘Het is niks.’

Nou lieve meneer, volgens mij is het alles.

Ciao,

Shawney

🇮🇹❤️

Een helende kus

Voor me skeelert een vijfjarig jongetje slingerend over slecht bestrate tegels. Wanneer hij merkt dat ik te ver achter hem loop, stopt hij en kijkt achterom. Hij wilt dat ik sneller ga lopen, maar mijn benen voelen als kauwgom. Zo’n anderhalf uur geleden kuste ik mijn vriendinnetje gedag. Het hele weekend leefde ik in een bubbel van vlinders, roze wolken en zoete kussen.

Zaterdagavond stond ik met klamme handjes op het vliegveld. Haar vlucht had wat vertraging, dus ik dronk een te duur biertje om mijn zenuwen in bedwang te houden. Rond 20.00 uur verscheen op het bord de melding dat haar vliegtuig geland was. Mijn hart maakte een sprongetje. Het zou nu niet lang meer duren voor ze door de grote klapdeuren de ontvangsthal in kwam lopen. Gewapend met haar koffertje en een stralende lach, kwam ze me tegemoet.

Ik kuste haar een beetje onwennig en het eerste halfuur durfde ik haar amper aan te kijken. Ik giechelde verlegen en maakte flauwe grapjes. Want wat voor houding moet je jezelf geven als de vrouw waar je verliefd op bent, ineens na anderhalve maand voor je neus staat in Italië?

Na een hobbelig busreis, een treinreis onder heuvels door en een omweg over zebrapaden en bouwputten belandden we in ons hotel in Florence. Ik gaf haar een kaartje waarin ik vroeg of ze mijn ‘Facebook-official’ wilde worden. Een grapje dat we de afgelopen weken over en weer maakten. Ze lachte en zei ja.

We sliepen die nacht weinig en werden de volgende ochtend om half zeven wakker. Na een douche en een ontbijt met vieze koffie in het hotel, gingen we weer even terug naar de hotelkamer. Ze poetste haar tanden en ik vroeg haar of ze de tandpasta had gevonden. Ik vond het vreemd, want ik had de tandpasta in mijn handen. Met rode wangen kwam ze de badkamer uitlopen, haar tandenborstel nog in haar mond. ‘Ik heb echt iets heel doms gedaan,’ fluisterde ze. Ik keek haar vragend aan. Lichtelijk beschaamd toverde ze de tube Bepanthen tevoorschijn. De tube zalf voor mijn tattoo, zat evenals de tandpasta, in mijn toilettas. Ze was haar tanden aan het poetsen met vettige crème. Ik belandde in een lachstuip en deze anekdote zal het nog lang goed doen op feesten en partijen. Gelukkig kon ze er zelf ook om lachen. Ze is mooi als ze lacht.

Hand in hand liepen we later door de regen langs de rivier naar het centrum. Het was koud en beiden rilden we in onze te dunne jasjes. Maar het maakte niet uit. De striemen regen in mijn gezicht deerden niet. Ik had haar hand, haar hart en haar tijd. We liepen door de Toscaanse hoofdstad, dronken lekkere koffie, aten pizza. We struinden langs winkels, paleizen, kathedralen. Soms zeiden we niks, soms hadden we een pittig gesprek over het leven, de liefde of de dood. Ik voelde me verliefd, kwetsbaar en verbonden. Maar bovenal voelde ik me ongelooflijk gelukkig.

Het gevoel van geluk maakt me ook extreem bang. De liefde is doodeng. Hoe hoger je vliegt, hoe harder de val als vleugels ineens niet meer blijken te werken. Om mijn hart hebben zich muren gevestigd en steeds breekt dit meisje weer door een andere muur. Het is fijn, maar het is ook heel heftig. Ik kom mede dankzij haar, maar vooral ook door mijn avontuur hier in Italië, steeds een stukje dichter bij mezelf. Dat is intens. Het maakt dat ik wil wegrennen. Van haar, met haar. Maar vooral weg van mezelf. Alleen ik doe het niet. Ik laat het maar gewoon zijn. Ik beproef het leven. Doorleef angsten, gedachten en emoties. Het gaat me best goed af, maar soms overvalt me een enorm gevoel van angst. Dan wil een helende kus. Zo’n magische kus die je geeft aan gevallen kinderen. Zo’n magische kus die ik geef wanneer mijn cliënten bang of verdrietig zijn. Zo’n magische kus die heel even alle ellende doet vergeten. Mijn vriendinnetje is een ster in helende kussen. Gelukkig.

Op maandag gingen we terug naar Bologna. Hoe dichter we bij mijn tijdelijke woonplaats kwamen, hoe relaxter ik werd. Ik hou niet zo van treinreizen. Ik voelde me angstig en alert. Niet omdat het daadwerkelijk onveilig was, maar gewoon omdat ik me regelmatig zo voel. Zij voelde mij feilloos aan. Kalmeerde me met grapjes. Alsof we elkaar al jaren kennen.

In Bologna checkten we in bij het hotel. Een prachtige kamer, gratis goede koffie en leuk ingericht. Ik werd er blij van. In Florence sliepen we onder een Jezusschilderij, nu sliepen we onder een gigantisch dakraam. Ik gaf haar een snelle tour door ‘mijn’ stad. We dronken een aperitivo en aten spaghetti in een restaurant. We proostten op haar vast contract en op de liefde. Ik verdronk keer op keer in haar blik.

‘s Avonds in het hotel, bekroop me het besef dat ze morgen weer naar Nederland zou vliegen. Dat ik voor een aantal weken niet naast haar wakker zou worden. Het weekend was voorbijgevlogen. In bed huilde ik in haar armen. Niet omdat ik het niet zonder haar kan of omdat ik het niet fijn vind om in Italië te zijn, maar omdat ik gewoon heel erg slecht ben in afscheidnemen. Met een steen in mijn maag bracht ik haar dinsdags naar de airport. We dronken nog een afscheidsbiertje en toen was het moment daar. Ik zoende haar en ze verdween door de douane. Het voelde alsof ik dit weekend samen met haar in een bubbel had geleefd. Op het vliegveld werd deze bubbel doorgeprikt. Ik was weer alleen.

Voor me skeelert een vijfjarig jongetje slingerend over slecht bestrate tegels. Hij wankelt en valt steeds nét niet. De kans dat hij valt is behoorlijk groot, maar hij trotseert de wegen alsof het hem niets kan schelen. Af en toe klampt hij zich vast aan een lantaarnpaal, een houvast die nodig is om niet neer te storten, wat gas terug te nemen. Hij lacht en lijkt gelukkig. Hij skeelert langs het spoor en een trein zoeft rakelings langs. Hij schrikt, maar skeelert stug door. Hij maakt meters en is trots op zijn wankele snelheid. Ik hou hem nauwlettend in de gaten. Ik ben als de dood dat hij tegen de vlakte gaat. Af en toe als ik denk dat hij bijna valt, grijp ik hem bij zijn arm. Hij kijkt me geërgerd aan. ‘Ik kan het heus wel,’ zegt hij stoer. Ik laat hem gaan. Ik bewonder de durf, wilskracht en stoerheid van deze kleine man. In stilte wens ik dat ik die eigenschappen wat meer zou bezitten. Hoe hoog, hard, snel en heftig het ook gaat, de kans om te vallen is er altijd. Dit vijfjarige jochie weet dat ook. Maar toch laat hij zich niet tegenhouden door eventuele consequenties. Zo’n veertig meter verder gaat hij dan toch onderuit. Met mijn kauwgombenen snel ik naar hem toe en hijs ik hem omhoog. Zijn knie is stuk en hij huilt jammerend. Ik til hem naar een bankje en we bekijken zijn schaafwond. Het valt mee. Hij kijkt bedenkelijk naar zijn kapotte broek. Zijn tranen zijn verdwenen en hij wilt zijn weg vervolgen. Een magische kus op een kinderknie doet wonderen.

Ciao,

Shawney

❤️🇮🇹

Belle en Het Beest

Vannacht werd ik voor het eerst geconfronteerd met het feit dat enge beestjes ook in Italië wonen. Om half drie schrok ik wakker van een geluid en ik knipte mijn licht aan. Tegenover mij op de muur bevond zich een beest. Vanaf heden in deze blog omgedoopt tot Het Beest. Het was zo’n vier centimeter lang en rende met zijn grote hoeveelheid poten als een bezetene rondjes over mijn muur.

De paniek sloeg onmiddellijk toe. Als ik ergens heel erg bang voor ben, dan zijn het wel beestjes. Ik hou van dieren, maar als iets niet een beetje lijkt op hond, kat of knuffelkonijn, vind ik het per definitie NIET leuk. De aaibaarheidsfactor van dit monster was ernstig laag. Ik ben uit bed gestapt en op mijn tenen, in mijn Bambi pyjama, naar de muur geslopen. What the fuck was dit? Ik had dit nog nooit gezien en in mijn beleving was het een kruising tussen een spin, een worm en een sprinkhaan. Wat vooral opviel was de immense hoeveelheid poten. Het Beest was supersnel. Usain Bolt met speed op, dat kaliber.

Toen ik op zo’n twee meter afstand iets beter wilde kijken, (de nieuwsgierigheid wint dan toch van de angst) begon het weer te rennen. Ik gilde en schrok zo erg, dat ik spontaan in janken uitbarstte. Mijn hostfamilie sliep al uren en om huilend naast hun bed te gaan staan, vond ik toch een beetje gênant. Ik wilde Het Beest eerst doodmeppen, maar bij nader inzien, durfde ik dat niet. Als vechten geen optie is, kiezen de meeste mensen voor vluchten. Ik ook.

Met tranen in mijn ogen heb ik mijn kussen en deken gepakt en liep ik naar de woonkamer. Daar begon het googelen en binnen no-time vond ik de Wikipediapagina van de spinduizendpoot. Ik bestudeerde de foto bij het artikel en dit was onmiskenbaar hetzelfde monster als dat wat zich op mijn muur had gevestigd. Zoals het een echte dramaqueen betaamt, schreef ik een ellenlang bericht in de groepsapp van La Famiglia. Ik vertelde wat voor bizar ding ik had ontdekt en dat ze niet moesten schrikken als ze hun au pair de volgende ochtend op de bank zouden aantreffen. Met wat toepasselijke emoji’s ondersteunde ik mijn bericht. Ook een link van het Wikipedia artikel stuurde ik mee. Daarna ben ik met kat Olivia in mijn armen in een onrustige slaap gevallen. Om half 7 werd ik wakker. Mijn hostmoeder stond met een grijns van oor tot oor bovenaan de trap. ‘Goodmorning Shawney,’ zei ze lachend. Ik moest ook lachen. Die vrouw zal wel hebben gedacht dat ik compleet krankzinnig was geworden. In slaperig Engels vertelde ik haar over mijn nachtelijke avontuur. Ze knikte semi-serieus en ging naar mijn kamer.

Ik hoorde haar stommelen en zo’n drie minuten later kwam ze terug. ‘The Beast is gone. You meant the one with all the legs right?’ Ja, die met ál die poten ja. Na mijn nachtelijke googlesessie kwam ik er namelijk achter dat de Scutigera Coleoptrata in het bezit is van dertig poten, vijftien aan weerszijde van het lijf. Opgelucht haalde ik adem en vroeg haar of ze er zeker van was dat ‘ie echt weg was. Ze knikte lachend en ik stapte met een gerust hart weer in mijn eigen bed. Het Beest was weg, dus Belle kon weer naar bed.

De volgende ochtend zat mijn hostvader aan zijn kop koffie. Toen ik de woonkamer binnenkwam, keek hij me vragend aan. In geuren en kleuren vertelde ik over Het Beest. Hij luisterde begripvol en knikte beamend toen ik zei dat ik gewoon niet van beestjes hou. Ook hij is geen fan. De moeder was de stoere in deze relatie, dat werd me duidelijk. Na zijn koffie wenkte hij me naar het washok. Hij haalde een grote plastic box tevoorschijn met zo’n 12 verschillende soorten insectenverdelgers. Hij vertelde wanneer ik welke spuitbus tevoorschijn moet halen wanneer Het Beest opnieuw toe zou slaan. ‘Voor wanneer Arianna je niet uit de brand kan helpen,’ zei hij. Ik vraag me af of ik dat dan zou durven, maar het is een welkome tip.

Met de lente in het vooruitzicht en het feit dat beestjes in Italië net even iets groter zijn dan in Nederland, heb ik mezelf voorgenomen mijn buitendeur lekker dicht te houden. Hermetisch afsluiten is geen optie, dus met spuitbussen, een gesloten deur en een heldin van een hostmoeder, moet het goedkomen. Ik hoop dat Moeder Natuur dit jaar niet te enthousiast is met het grote ‘Release the Beast’ festijn.

Ciao,

Shawney

❤️??

Lentekriebels

Na een week ingesneeuwd te zijn geweest, lijkt de lente nu weer een stuk dichterbij te komen. Vandaag kon ik met zonder jas naar buiten! Ik liep in alleen mijn t-shirtje door het dorp en luisterde naar blije muziek. Ik ben mijn eerste maand in Italië glansrijk voorbij en ik heb het nog steeds enorm naar mijn zin. En met het einde van de winter, beginnen de lentekriebels.

Vorig weekend waren mijn vriendjes in Bologna en dat was ouderwets gezellig. Ik heb gelachen, gedanst en veel te veel gedronken. Tijdens mijn nachtelijke escapades ben ik van een ijzeren trapje geflikkerd en lag het scherm van mijn telefoon aan gruzelementen. Inmiddels is dat weer gefixt en weet ik hoe de Italiaanse iPhonewinkel er vanbinnen uitziet. Ook mijn jas is die zaterdagnacht op miraculeuze wijze verdwenen. Dus leende ik een jas van een vriend.

Zondagmiddag vertrokken mijn vrienden naar Milaan en maandagmiddag ontdekte ik sleutels in de geleende jas van Alwin. Het waren niet mijn sleutels… Gelukkig was hij nog niet naar Nederland, dus dinsdag lunchten we samen in Bologna en was hij herenigd met zijn toegang tot huis en kantoor.

Gister zou ik weer Italiaanse les hebben, dus ik zette mijn wekker op 7 uur, en reed om 8 uur met mijn hostmoeder richting het centrum. Ze zette me af en ik wandelde richting de bus. Toen ik, na uitgestapt te zijn bij de verkeerde halte, bijna op school was, checkte ik mijn mail. Italiaanse les was gecanceld wegens een staking van het openbaar vervoer. Ietwat verontwaardigd (ik stapte net uit een bus?) zuchtte ik diep en lachte. Het was een zonovergoten dag en ik was ‘s ochtends in één van de fijnste steden van de wereld. Nu had ik meer dan genoeg tijd voor een dagje Shawney-tijd. Ik ontbeet in een typisch Italiaans koffiebarretje en wandelde door de hoofdstraten van Bologna terwijl de zon in mijn gezicht scheen. Ik voelde me intens gelukkig. Het was Internationale Vrouwendag en op het plein was een manifestatie gaande. Honderden vrouwen zongen een protestlied in het Italiaans. Ik verstond er geen snars van en het was kneitervals. Maar ik voelde de rauwe emotie in de oproep en kon niet anders dan het met hen eens zijn.

Aan de andere kant van het pleintje stond een toeristentreintje naar San Luca en ondanks mijn aversie tegen über toeristische attracties, stapte ik in. We waggelden door de straten en wiebelen langs blije mensen. Ik snoof de lentegeur op en plotseling reden we een berg op. Het uitzicht was adembenemend mooi en toen de Kathedraal in zicht kwam, waande ik me even in een oude, Italiaanse film. Weer dat gevoel van geluk in mijn buik. Zoals André van Duin zong: alles ziet er anders uit als de zon schijnt.

Terug beneden lunchte ik in de buitenlucht. Van de staking was weinig merkbaar en na de lunch kon ik met gemak met de bus terug naar Castel Maggiore. Ik pikte de kleine man op van school en onderweg naar huis zongen we liedjes van Michael Jackson. We stopten bij ieder speeltuintje dat we tegenkwamen en ik werd van het schommelen en glijden misschien nog wel blijer dan hij.

Nog 8 nachtjes, dan haal ik mijn vriendinnetje van het vliegveld en gaan we een fijn weekend tegemoet in Florence. Ik heb er ongelooflijk veel zin in. En of de zon nu schijnt of niet, alles ziet er sowieso al anders uit als je verliefd bent. En dat ben ik. Head over heels. Op mijn vriendinnetje, op Italië en heel misschien heb ik ook wel weer wat vlinders in mijn buik als ik aan het leven denk. Lentekriebels.

Ciao,

Shawney

❤️??

Segui il tuo cuore

Ik zie mezelf nog naast papa in de auto zitten. Als hij mij na het eten weer naar huis toe bracht, hadden we op de parkeerplaats vaak nog een diepgaand gesprek. Hij wist het altijd als mij iets dwarszat, misschien soms wel beter en eerder dan ikzelf. Ik heb deze vader-dochtergesprekken altijd enorm waardevol gevonden en koester deze gesprekken nu hij er niet meer is extra. Nadat ik hem een afscheidskus gaf, keek hij me altijd indringend aan. ‘Volg je hart, poppetje,’ zei hij dan. De woorden raakten me diep en ik stapte daarna altijd een beetje uit mijn doen de auto uit. Ik baande mezelf door het donker een weg naar de voordeur en zijn stem bleef nog lang in mijn hoofd echoën. Volg je hart.

Inmiddels ben ik bijna een maand in Italië. Ik ben gewend geraakt aan de volle straten van Bologna en met de kinderen vind ik langzaamaan mijn weg. Soms mis ik thuis. Mijn moeder en mijn vriendinnetje vooral. Maar vaak loop ik hier door de stad, die inmiddels ook een beetje als thuis begint te voelen, en bedenk ik me weer dat dit avontuur aangaan precies is wat mijn vader bedoelde met het volgen van mijn hart. Ik behaal de ene innerlijke overwinning na de ander. Ik merk hoe ik mentaal sterker word en hoe ik op mezelf leer vertrouwen. Natuurlijk zijn er momenten dat het eventjes niet gaat, dan ben ik bang en voel ik me heel eenzaam. Maar het lijkt wel alsof deze momenten hier minder vaak voorkomen dan in Nederland. Twee keer per week heb ik Italiaanse les. Ik ben verliefd op de taal en vind niks leuker dan merken dat ik langzamerhand steeds meer begrijp.

De Siberische storm doet ook Italië aan, het is koud en de lente is nog heel ver te zoeken. Maar zelfs in de vrieskou is het hier fijn vertoeven. Ik heb fijne dingen in het vooruitzicht. Volgende week komen mijn beste vrienden een weekend langs en twee weken later heb ik een romantisch weekend Florence op de planning staan. Weer twee weken later wordt mijn broertje twintig en dat komt hij samen met mama en mijn schoonzusje hier in Bologna vieren. Tot die tijd vermaak ik me prima in de sneeuw.

Vandaag heb ik een tattoo laten zetten. Helemaal in mijn eentje. ‘Segui il tuo cuore.’ Heel klein, op mijn linkerpols. Het betekent ‘volg je hart’ in het Italiaans. Hij is een beetje voor papa, omdat ik hem ongelooflijk mis en ik hem dankbaar ben dat hij mij deze levensles keer op keer op het hart drukte. Maar hij is vooral voor mij, om me eraan te herinneren dat je hart volgen vaak de allerbeste weg is die je kiezen kunt. Dit keer leidde mijn hart mij naar Italië en daarmee leidde ze me naar een stukje van mezelf. En ik denk dat ze geen betere bestemming uit had kunnen kiezen…

Ciao,

Shawney

❤️??

Sterk

Vanmorgen stond ik op met een zwarte wolk in mijn hoofd. Het liefst zou ik de hele dag in bed zijn blijven liggen, maar dat deed ik niet. Ik bakte een ei, waste mijn haar en trok mijn Madonna t-shirt aan. De zon scheen en toen ik na enigszins treuzelen buiten op een bankje naar blije muziek luisterde, ging het weer wat beter.

Italië doet haar werk. Ik leer mezelf vermaken, ik leer mij niet eenzaam te voelen wanneer ik alleen ben en ik krijg ritme in mijn dag. Iedere dag ga ik wandelen. Soms een groot stuk, soms wat minder ver. Maar ik kom elke dag buiten. Het weer is wispelturig, maar dat ben ik gelukkig ook. Ik begin het dorp te leren kennen en het dorp mij. In het cafeetje, dat ik zelf omdoopte tot stamkroeg, ben ik ‘Het Meisje uit Amsterdam’. Een titel die ik met trots draag. Italië stal mijn hart, maar Amsterdam heeft mijn ziel.

Van de week had ik een gesprek met mijn hostmoeder over onze vaders. Zij verloor de hare toen ze zes was. Haar moeder verloor ze toen ze net zo oud was als ik toen mijn vader overleed. Ze zei: ‘My mother had a very strong life.’ Hiermee wilde ze zeggen dat haar moeder het niet voor de wind ging en ze best een zwaar leven heeft gehad. Haar Engels is niet perfect. Toch vond ik deze verspreking inspirerend.

In ieder mensenleven gebeuren dingen die moeilijk zijn, dingen die pijn doen en dingen die je leven op een bepaald punt compleet op z’n kop zet. Tuurlijk kan het dan heel zwaar voelen. Maar misschien prefereer ik het woord ‘sterk’ wel. Er gebeuren sterke dingen en die kunnen ontiegelijk zeer doen. Maar we worden er sterker van, het leven verwacht ook van ons dat we sterk zijn. Dat we doorgaan en de volgende keer met dezelfde frisse blik de wereld in kijken. Soms kan ik dat niet. Dan voel ik mij allesbehalve sterk. Maar ik wil het wel graag leren.

Ik ben inmiddels anderhalve week in Italië en ik denk nog steeds dat het de beste beslissing is die ik ooit heb kunnen nemen op dit punt in mijn leven. Vandaag is het Valentijnsdag en overmorgen wordt mijn moeder 50. Dagen die in het liefst zou hebben doorgebracht met mensen die ik liefheb. Maar ik ben met mezelf en ik heb het leven lief. Hoe sterk ze soms ook komt aangestormd.

Mijn hart is niet moe

Het is bijna weekend. Over een paar uurtjes heb ik mijn eerste werkweek als au pair erop zitten en ben ik twee dagen vrij. De achtbaan die een aantal weken geleden al startte, is nog steeds in volle gang. Soms maak ik ineens een looping en soms kabbel ik rustig een beetje op en neer.

Ik zit voor de derde keer deze week in het café bij het station. De koffie is lekker en goedkoop. De muziek is oké en als je het goede tafeltje uitkiest, schijnt de zon in je gezicht. De barman herkent mij inmiddels en vraagt lachend: ‘Cappuccino?’ Ik knik, ga zitten en probeer even alles wat zeer doet, los te laten.

Op de weg hiernaartoe stuitte ik op een Italiaanse tekst op een muur. Het ziet er ietwat afgeraffeld uit, maar de boodschap maakt dat allemaal goed. Ik vraag me af wie dit voor wie en in welke hoedanigheid heeft geschreven. Ik word gelukkig van de woorden en moet denken aan het meisje waar ik verliefd op ben. Ook moet ik denken aan dit land, deze taal. Het heeft mijn hart nu al helemaal gestolen.

Il mio cuore non si staca. E viene a cercati. Sa dove sei sa chi sei. Il mio cuore e tutto tuo.

Vrij vertaald; Mijn hart is niet moe. Ze zoekt naar jou. Ze weet waar je bent en wie je bent. Mijn hart is helemaal van jou.

Gister ben ik voor het eerst in mijn eentje naar Bologna geweest. Ik ben verliefd op de grote stad. Verliefd op de mensen en verliefd op de zon die zo nu en dan terloops een straaltje laat zien. Maar Jezus, wat was het eng. Vanaf het moment dat ik de trein instapte, belandde ik in een paniekaanval. Hyperventilerend in volle glorie en in de volledige overtuiging dat mijn laatste uur geslagen had, liep ik door de enigszins onbekende straten. Ik dronk een cappuccino in een barretje waar ik ooit eerder zat en gaf een euro aan een vrouwtje met een hond. De hond likte mijn hand. Dankbaar en oprecht. Na drie uur slenteren, stapte ik de trein terug in. Toen ik aankwam in mijn tijdelijke dorpje, werd ik al kalmer. Wellicht eiste ik te snel teveel van mezelf. Maar ik deed het toch maar mooi.

Ik probeer het leven te vertrouwen. Probeer de zon in mijn hart toe te laten. Het lukt. Het lukt een beetje. Ondanks de onderliggende angst, geniet ik en voel ik me thuis. Dit is mijn land. Ze weet het zelf misschien nog niet helemaal, maar Italië zal mij helpen groeien. Ik voel het in alles. Nu loop ik als bang meisje onder de bogen door van Bologna, maar straks neem ik mijn plek in de wereld in. Vol overgave. Vol trots. En die achtbaan met al zijn loopings neem ik dan nog maar even voor lief. Mijn hart is niet moe.

Ciao,

Shawney

??❤️

Geland

Daar zit ik dan, aan de Italiaanse eettafel. Terug van een wandeling door Castel Maggiore. Straks krijg ik van mijn tijdelijke surrogaatmoeder een rondleiding, maar ik wil dingen graag zelf doen. Dus ben ik gaan lopen. Door straatjes die ik niet ken, langs de kerk van een God waar ik niet in geloof. Onderweg zag ik een oude meneer zijn tuintje harken. Hij lachte met zijn tandeloze mond en riep iets dat ik niet verstond. Vrolijk zei ik goedemiddag en hij zwaaide.  Alsof het nooit anders is geweest. Het weer is best nog winters, maar het voelt stiekem als een begin van de lente. Aan het eind van de straat is een veld, en als ik nog verder kijk, zie ik wat bergen. Rust, reinheid en regelmaat. Ik heb altijd een hekel gehad aan deze uitspraak, maar ik gedij er wel lekker op. Af en toe een auto, maar het is verder zo stil buiten. De stilte buiten, zorgt ook voor stilte in mijn hoofd. En dat is geloof ik precies wat ik nodig heb.

In de verte zag ik een kleine speeltuin. Ik ben op de schommel gaan zitten en luisterde naar een Jazzy afspeellijst , gemaakt door de vrouw waar ik verliefd op ben. Ik schommelde. Heen en weer. Hoog, hard en met de kans om keihard naar beneden te kletteren. Maar ik viel niet. Ik zweefde. ‘Fly me to the moon,’ zong Sinatra door mijn koptelefoon. En plotseling besefte ik mij iets heel belangrijks. Ik voelde me gelukkig.

Ik ben er nog lang niet hoor. En ik ben mij er ten zeerste van bewust dat Meneer Depressie heus niet voor altijd aan de wandel is met zijn bananen. Maar voor nu valt deze stap mij honderd procent mee. Ze zeggen altijd allemaal dat alles wel weer goedkomt. Ik wist wel dat ze gelijk hadden. Ik voelde het alleen niet. Maar nu denk ik terug aan hoe ik mij ook heb gevoeld. Het komt goed. Het is goed.

Ciao,

Shawney