Grote kleine kindjes

Dag knap Italiaans jochie, met je grote mond en brutale blauwe ogen. Je hoeft nog niet groot te zijn. Daar heb je straks nog alle tijd voor…

Het zesjarige jongetje dat de afgelopen maanden mijn hart gestolen heeft, maar ook maakte dat ik gefrustreerd mijn nagels afbeet, staat met zijn kleine kindervoet aan de bal. Hij is aan het voetballen met de ‘grote’ jongens. Stoer staat hij met zijn handen in zijn zij en even straalt hij uit dat de wereld van hem is. Vanaf dag één dat ik hem zag, benijd ik hem om zijn overvloedige dapperheid. Zijn stoere houding is van korte duur, binnen luttele seconden is de bal al van hem afgepakt.

De jongens schieten hard en soms een tikkeltje gemeen de bal naar elkaar. Het jochie rent fanatiek heen en weer en wanneer de bal per ongeluk voor zijn voeten rolt, schiet hij in zijn enthousiasme de verkeerde kant op. De groten lachen hem een beetje uit, maar het jochie heeft dat gelukkig niet in de gaten. Zo gaat het een aantal minuten. De grote jongens voetballen en het jochie denkt dat hij meedoet.

Na een tijdje zie ik het gebeuren: de bal vliegt keihard rakelings langs het jochie zijn gezicht. Uit schrik laat hij zich op de grond vallen. Hij huilt en blijft met zijn handen op zijn hoofd op de grond zitten. Ik wandel naar hem toe en help hem overeind. ‘Misschien ben je nog een klein beetje te klein om met hun mee te spelen,’ probeer ik. Hij kijkt me boos aan en ik zet mijn liefste glimlach op. ‘Zij zijn al een stuk groter dan jij en ze schieten soms nogal hard,’ ga ik mijn verhaal verder.

‘Ik ben ook groot,’ roept hij dan en hij rolt met zijn ogen alsof ik hem net heb verteld dat ik eigenlijk op de maan woon. Achter ons beginnen de grote jongens te rennen, het kleine grote jochie springt op en rent erachteraan. ‘Kijk dan Shawney, ik ren net zo snel.’ Ik lach hem bemoedigend toe. Wie ben ik eigenlijk om een jongetje te vertellen dat hij nog te klein is?

Halverwege de weg naar huis, stopt hij ineens met rennen. Hij knielt in het gras bij een bosje madeliefjes en plukt er drie. Met een scheve lach loopt hij naar me toe en geeft mij er één. ‘Voor jou één, voor mama één en voor mijn zus één.’ Ik bedank hem en steek het bloemetje in mijn haar. Hij glimlacht tevreden en laat zijn kleine handje in de mijne glijden. Zo lopen we in het zonnetje naar huis. De grote jongens zijn in geen velden of wegen te bekennen. Ik ben blij dat hij nog geen echte grote jongen is.

Het tafereel maakte me wat melancholiek. Het deed me denken aan toen ik klein was en zo ontzettend graag groot wilde zijn. Ik kan mij er nu nog weinig bij voorstellen, omdat ik soms juist snak naar nog heel eventjes zes kunnen zijn. Dat kleine meisje dat nog ergens in mij schuilt, ik mis haar soms. De grotemensenwereld, ik pas er minder goed dan ik als zesjarige dacht. Maar gelukkig zijn er dan van die grote kleine jongens, die je weer even meenemen naar dat stukje onbevangenheid.

Ciao,

Shawney

❤️🇮🇹

Eén gedachte over “Grote kleine kindjes”

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *