Een helende kus

Voor me skeelert een vijfjarig jongetje slingerend over slecht bestrate tegels. Wanneer hij merkt dat ik te ver achter hem loop, stopt hij en kijkt achterom. Hij wilt dat ik sneller ga lopen, maar mijn benen voelen als kauwgom. Zo’n anderhalf uur geleden kuste ik mijn vriendinnetje gedag. Het hele weekend leefde ik in een bubbel van vlinders, roze wolken en zoete kussen.

Zaterdagavond stond ik met klamme handjes op het vliegveld. Haar vlucht had wat vertraging, dus ik dronk een te duur biertje om mijn zenuwen in bedwang te houden. Rond 20.00 uur verscheen op het bord de melding dat haar vliegtuig geland was. Mijn hart maakte een sprongetje. Het zou nu niet lang meer duren voor ze door de grote klapdeuren de ontvangsthal in kwam lopen. Gewapend met haar koffertje en een stralende lach, kwam ze me tegemoet.

Ik kuste haar een beetje onwennig en het eerste halfuur durfde ik haar amper aan te kijken. Ik giechelde verlegen en maakte flauwe grapjes. Want wat voor houding moet je jezelf geven als de vrouw waar je verliefd op bent, ineens na anderhalve maand voor je neus staat in Italië?

Na een hobbelig busreis, een treinreis onder heuvels door en een omweg over zebrapaden en bouwputten belandden we in ons hotel in Florence. Ik gaf haar een kaartje waarin ik vroeg of ze mijn ‘Facebook-official’ wilde worden. Een grapje dat we de afgelopen weken over en weer maakten. Ze lachte en zei ja.

We sliepen die nacht weinig en werden de volgende ochtend om half zeven wakker. Na een douche en een ontbijt met vieze koffie in het hotel, gingen we weer even terug naar de hotelkamer. Ze poetste haar tanden en ik vroeg haar of ze de tandpasta had gevonden. Ik vond het vreemd, want ik had de tandpasta in mijn handen. Met rode wangen kwam ze de badkamer uitlopen, haar tandenborstel nog in haar mond. ‘Ik heb echt iets heel doms gedaan,’ fluisterde ze. Ik keek haar vragend aan. Lichtelijk beschaamd toverde ze de tube Bepanthen tevoorschijn. De tube zalf voor mijn tattoo, zat evenals de tandpasta, in mijn toilettas. Ze was haar tanden aan het poetsen met vettige crème. Ik belandde in een lachstuip en deze anekdote zal het nog lang goed doen op feesten en partijen. Gelukkig kon ze er zelf ook om lachen. Ze is mooi als ze lacht.

Hand in hand liepen we later door de regen langs de rivier naar het centrum. Het was koud en beiden rilden we in onze te dunne jasjes. Maar het maakte niet uit. De striemen regen in mijn gezicht deerden niet. Ik had haar hand, haar hart en haar tijd. We liepen door de Toscaanse hoofdstad, dronken lekkere koffie, aten pizza. We struinden langs winkels, paleizen, kathedralen. Soms zeiden we niks, soms hadden we een pittig gesprek over het leven, de liefde of de dood. Ik voelde me verliefd, kwetsbaar en verbonden. Maar bovenal voelde ik me ongelooflijk gelukkig.

Het gevoel van geluk maakt me ook extreem bang. De liefde is doodeng. Hoe hoger je vliegt, hoe harder de val als vleugels ineens niet meer blijken te werken. Om mijn hart hebben zich muren gevestigd en steeds breekt dit meisje weer door een andere muur. Het is fijn, maar het is ook heel heftig. Ik kom mede dankzij haar, maar vooral ook door mijn avontuur hier in Italië, steeds een stukje dichter bij mezelf. Dat is intens. Het maakt dat ik wil wegrennen. Van haar, met haar. Maar vooral weg van mezelf. Alleen ik doe het niet. Ik laat het maar gewoon zijn. Ik beproef het leven. Doorleef angsten, gedachten en emoties. Het gaat me best goed af, maar soms overvalt me een enorm gevoel van angst. Dan wil een helende kus. Zo’n magische kus die je geeft aan gevallen kinderen. Zo’n magische kus die ik geef wanneer mijn cliënten bang of verdrietig zijn. Zo’n magische kus die heel even alle ellende doet vergeten. Mijn vriendinnetje is een ster in helende kussen. Gelukkig.

Op maandag gingen we terug naar Bologna. Hoe dichter we bij mijn tijdelijke woonplaats kwamen, hoe relaxter ik werd. Ik hou niet zo van treinreizen. Ik voelde me angstig en alert. Niet omdat het daadwerkelijk onveilig was, maar gewoon omdat ik me regelmatig zo voel. Zij voelde mij feilloos aan. Kalmeerde me met grapjes. Alsof we elkaar al jaren kennen.

In Bologna checkten we in bij het hotel. Een prachtige kamer, gratis goede koffie en leuk ingericht. Ik werd er blij van. In Florence sliepen we onder een Jezusschilderij, nu sliepen we onder een gigantisch dakraam. Ik gaf haar een snelle tour door ‘mijn’ stad. We dronken een aperitivo en aten spaghetti in een restaurant. We proostten op haar vast contract en op de liefde. Ik verdronk keer op keer in haar blik.

‘s Avonds in het hotel, bekroop me het besef dat ze morgen weer naar Nederland zou vliegen. Dat ik voor een aantal weken niet naast haar wakker zou worden. Het weekend was voorbijgevlogen. In bed huilde ik in haar armen. Niet omdat ik het niet zonder haar kan of omdat ik het niet fijn vind om in Italië te zijn, maar omdat ik gewoon heel erg slecht ben in afscheidnemen. Met een steen in mijn maag bracht ik haar dinsdags naar de airport. We dronken nog een afscheidsbiertje en toen was het moment daar. Ik zoende haar en ze verdween door de douane. Het voelde alsof ik dit weekend samen met haar in een bubbel had geleefd. Op het vliegveld werd deze bubbel doorgeprikt. Ik was weer alleen.

Voor me skeelert een vijfjarig jongetje slingerend over slecht bestrate tegels. Hij wankelt en valt steeds nét niet. De kans dat hij valt is behoorlijk groot, maar hij trotseert de wegen alsof het hem niets kan schelen. Af en toe klampt hij zich vast aan een lantaarnpaal, een houvast die nodig is om niet neer te storten, wat gas terug te nemen. Hij lacht en lijkt gelukkig. Hij skeelert langs het spoor en een trein zoeft rakelings langs. Hij schrikt, maar skeelert stug door. Hij maakt meters en is trots op zijn wankele snelheid. Ik hou hem nauwlettend in de gaten. Ik ben als de dood dat hij tegen de vlakte gaat. Af en toe als ik denk dat hij bijna valt, grijp ik hem bij zijn arm. Hij kijkt me geërgerd aan. ‘Ik kan het heus wel,’ zegt hij stoer. Ik laat hem gaan. Ik bewonder de durf, wilskracht en stoerheid van deze kleine man. In stilte wens ik dat ik die eigenschappen wat meer zou bezitten. Hoe hoog, hard, snel en heftig het ook gaat, de kans om te vallen is er altijd. Dit vijfjarige jochie weet dat ook. Maar toch laat hij zich niet tegenhouden door eventuele consequenties. Zo’n veertig meter verder gaat hij dan toch onderuit. Met mijn kauwgombenen snel ik naar hem toe en hijs ik hem omhoog. Zijn knie is stuk en hij huilt jammerend. Ik til hem naar een bankje en we bekijken zijn schaafwond. Het valt mee. Hij kijkt bedenkelijk naar zijn kapotte broek. Zijn tranen zijn verdwenen en hij wilt zijn weg vervolgen. Een magische kus op een kinderknie doet wonderen.

Ciao,

Shawney

❤️🇮🇹

2 gedachten over “Een helende kus

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *